Maak een heldere taakverdeling

In de actietabel 0 – 12 en 12 – 19 jaar staat omschreven welke acties verwacht worden van de JGZ-professionals. Maar niet alle JGZ-medewerkers hebben dezelfde verantwoordelijkheden. Wie doet wat binnen uw instelling?

Uitdragen dat seksuele ontwikkeling een onderwerp is waarover gesproken mag worden

De instelling draagt in zijn geheel uit dat de seksuele ontwikkeling van kinderen/ jongeren een onderwerp is waarover gesproken mag worden en dat er hulp is bij eventuele problemen, vragen of zorgen over de seksuele ontwikkeling.

Vragen beantwoorden van kinderen, ouders en jongeren

Alle medewerkers kunnen vragen van ouders/ jongeren beantwoorden, hen verwijzen naar betrouwbare informatie en/ of aangeven bij wie ze terecht kunnen met hun vragen.

Proactief bespreken van de seksuele gezondheid

Jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen gaan proactief het gesprek aan over de seksuele ontwikkeling. Bijvoorbeeld in de vaste contactmomenten of als er risicofactoren spelen.

Voorlichting, advies en begeleiding

Jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen geven uitleg, advies op maat, begeleiding of preventieve interventie.

Toeleiding naar zorg

Jeugdartsen weten welke hulp er is bij problemen bij de seksuele ontwikkeling en verwijzen patiënten zo nodig door naar gespecialiseerde hulp.

Afstemmen met andere professionals

Jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen stemmen af met kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, scholen en schoolmaatschappelijk werk, Zorg Advies Teams of met (collega’s van) het CJG.