ACTIETABEL 12 – 19 JAAR JGZ-richtlijn seksuele ontwikkeling

Kaart 3 van de JGZ-richtlijn benoemt de acties die van de JGZ-professional worden verwacht bij kinderen tussen de 12 - 19 jaar. Deze kaart biedt handvatten om bij te sturen of door te verwijzen als er sprake is van excessief seksueel gedrag of seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast staan er de verwijsmogelijkheden in bij vermoedens van soa of zwangerschap en bij seksuele problemen.

ACTIE 1 Voorlichting, advies en preventie & bijsturen

Voorlichting, advies en preventie
De JGZ-professional dient jongeren (en ouders/ school) te voorzien van betrouwbare informatie over relaties en seksualiteit en het maken van seksueel gezonde keuzes. Bijvoorbeeld door middel van websites www.sense.info en foldermateriaal (zie hoofdstuk 4 van de richtlijn). De JGZ-professional informeert jongeren en ouders/ school over het belang van veilige, prettige en gewenste seksualiteit. De voorbereiding op seksualiteit behoeft extra aandacht bij kinderen vanaf 12 jaar.

Bijsturen
De JGZ-professional dient te vragen naar seksualiteit en seksueel gedrag, en te informeren naar betekenis en context. De JGZ-professional geeft dan betrouwbare informatie over een gezonde seksuele ontwikkeling, waarin contact prettig, gelijkwaardig en veilig is. En daarnaast informatie over seksuele risico’s (zoals soa, zwangerschap, seksuele dwang en seks & internet). Ook vertelt de JGZ-professional dat je seksuele contacten kunt weigeren.

De JGZ-professional (en ouders/ school) kan seksueel gedrag bijsturen, door het te benoemen, grenzen aan te geven en uit te leggen (Frans, 2010). De JGZ-professional vindt handvatten voor het bespreekbaar maken van seksualiteit en seksueel gedrag met jongeren in hoofdstuk 3 van de richtlijn.

ACTIE 2 Verwijzing bij excessief seksueel gedrag

De JGZ-professional geeft betrouwbare informatie over seksuele fantasieën, masturbatie, kijken naar porno en ander seksueel gedrag. Dit is veelvoorkomend seksueel gedrag en hoort bij een gezonde seksuele ontwikkeling. Veelvuldige masturbatie, veelvuldig kijken naar porno of veelvuldige seksuele fantasieën komen minder vaak voor, maar behoren ook tot een gezonde seksuele ontwikkeling. Dit gedrag kan echter omslaan in: preoccupatie, excessief seksueel gedrag of een verslaving.

De JGZ-professional verwijst door voor verder onderzoek naar een andere vorm van hulpverlening (zoals een psycholoog of seksuoloog) op het moment dat het seksuele gedrag:

  • dagelijks,
  • meerdere malen per dag,
  • voor een periode langer dan zes achtereen gesloten maanden voorkomt, 
  • én dit gedrag de ontwikkeling van de jongere dusdanig verstoort dat deze niet meer aan het dagelijks leven deel kan nemen.

(Kuzma, 2008)

In zo’n geval is verder onderzoek (diagnose) nodig.

ACTIE 3 Seksueel grensoverschrijdend gedrag bijsturen

De JGZ-professional geeft advies over bijsturing van gedrag van een jongere, als er sprake is van de volgende seksuele grensoverschrijding:

  • verlagen of vernederen van zichzelf met seksuele thema’s,
  • herhaaldelijk gluren, proberen anderen uit te kleden,
  • herhaaldelijk seksuele pesterijen,
  • interesse en in beslag genomen worden door agressieve porno, seksuele agressieve gedachten en thema’s,
  • eenmalig onder (groeps)druk dwingen mee te doen met seksspelletjes,
  • seksueel contact in ruil voor een beloning,
  • cybersekssessie ongevraagd opnemen,
  • anaal en oraal contact (12 – 14 jaar),
  • voorwerpen in vagina/ anus inbrengen (12 – 14 jaar),
  • seksueel expliciete gesprekken met jongere kinderen (15+).

De JGZ-professional vertelt jongeren, ouders en andere professionals dat het belangrijk is om dit seksueel grensoverschrijdend gedrag bij te sturen, door het gedrag te benoemen, begrenzen en uit te leggen
waarom het begrensd wordt (Frans, 2010). Dit is nodig omdat jongeren experimenteren met seksualiteit en mogelijk zelf de risico’s onvoldoende overzien. Er moeten in dat geval maatregelen genomen worden
om het gedrag bij te sturen, zodat dit niet meer kan voorvallen.

De JGZ-professional vindt handvatten voor het bespreekbaar maken van seksualiteit en seksueel (grensoverschrijdend) gedrag met jongeren, ouders en overige professionals aan de hand van het vlaggensysteem (Frans, 2010) in hoofdstuk 3.

Verwijzing bij seksuele grensoverschrijding

De JGZ-professional verwijst een jongere door naar een andere vorm van hulpverlening, als er sprake is van de volgende seksuele grensoverschrijding:

  • bewust toekijken bij (groeps)verkrachting,
  • ongevraagd naaktfoto’s maken en verspreiden,
  • interesse in kinderporno (maken of verspreiden),
  • herhaaldelijk onder (groeps)druk dwingen mee te doen met seksspelletjes,
  • de ander(en) pijn doen tijdens het seksuele spel (genitale verwondingen veroorzaken/ seksueel contact met dieren),
  • zich prostitueren of een prostituee bezoeken,
  • cybersekssessie ongevraagd verspreiden,
  • geslachtsgemeenschap, anaal contact en andere seksuele handelingen met significant niet gelijkwaardige partner.

Het gedrag is dan mogelijk een signaal voor onderliggende problematiek. In zo’n geval dienen gedragspatronen geobserveerd te worden en moet de betekenis van het gedrag geduid worden (Frans,
2010). Het is mogelijk dat aan het gedrag andere oorzaken ten grondslag liggen, bijvoorbeeld een gedragsstoornis, problematische gezinssituatie, (seksuele) kindermishandeling of verwaarlozing (Kaeser,
2000).

De JGZ-professional verwijst de jongere door naar: GGZ, orthopedagoog, psycholoog of gedragstherapeut, afhankelijk van de onderliggende problematiek.

Zie voor verwijscriteria en signalen van (seksuele) kindermishandeling de JGZ-richtlijn ‘Secundaire preventie Kindermishandeling’. Bij seksuele dwang, seksuele grensoverschrijding of seksueel misbruik dient
informatie gegeven te worden over aangifte bij de zedenrecherche. In overleg met de jongere kan aangifte gedaan worden bij de zedenrecherche. In overleg met de jongere navragen in hoeverre ouders
betrokken kunnen worden (zie ook hoofdstuk 7 van de richtlijn: juridische kaders).

ACTIE 4 Verwijzing bij vermoedens van soa of zwangerschap

De JGZ-professional verwijst een jongere door naar een andere vorm van hulpverlening (een sense-spreekuur, huisarts of seksuoloog), en overlegt met de jongere over soa- of zwangerschapstest. De JGZ-professional adviseert eventueel over het gebruik van de morning-afterpil en andere vormen van anticonceptie (zie o.a. hoofdstuk 4 van de richtlijn en www.sense.info of www.anticonceptievoorjou.nl).

De JGZ-professional gebruikt bij vermoedens van soa of zwangerschap door verkrachting of seksueel misbruik de JGZ-richtlijn ‘Secundaire preventie Kindermishandeling’.

ACTIE 5 Verwijzing bij seksuele problemen

De JGZ-professional verwijst een jongere bij vermoedens van seksuele problemen, zoals problemen met seksuele opwinding, pijn bij het vrijen, niet genieten van seks, door naar een andere vorm van hulpverlening (een Sense-spreekuur, huisarts of seksuoloog) en overlegt met de jongere. De JGZ-professional adviseert eventueel over seksuele problemen (zie hoofdstuk 4 van de richtlijn en www.seksualiteit.nl).

Download Kaart 3: Actietabel 12 - 19 op de website van het NCJ.