ACTIETABEL 0 – 12 JAAR JGZ-richtlijn seksuele ontwikkeling

Kaart 2 van de JGZ-richtlijn benoemt de acties die van de JGZ-professional worden verwacht bij kinderen tussen de 0 - 12 jaar. Ook geeft deze kaart aan wanneer u moet doorverwijzen in het geval van veelvuldige stimulatie of seksueel grensoverschrijdend gedrag.

ACTIE 1 Voorlichting, advies en preventie & bijsturen

Voorlichting, advies en preventie
De JGZ-professional voorziet ouders en kind van betrouwbare informatie over de seksuele ontwikkeling van jonge kinderen. Bijvoorbeeld door te wijzen op websites (opvoeden.nl) en foldermateriaal (zie hoofdstuk 4 van de JGZ-richtlijn seksuele ontwikkeling).

Bijsturen
De JGZ-professional vraagt naar de seksuele ontwikkeling en seksueel gedrag. Vraag door naar feiten en te observeren gedrag. Laat ouders hun kind tijdelijk monitoren. De JGZ-professional biedt ouders seksuele opvoedingsondersteuning en biedt hun betrouwbare informatie rondom adequate reacties op seksueel gedrag. Ouders kunnen gedrag bijsturen door het te benoemen, grenzen aan te geven en uit te leggen waarom de grens gesteld wordt (Frans, 2010). De JGZ-professional vindt handvatten voor seksuele opvoedingsondersteuning in hoofdstuk 3 van de JGZ-richtlijn seksuele ontwikkeling.

ACTIE 2 Bijsturen bij veelvuldige stimulatie

Veelvuldige stimulatie van de eigen geslachtsdelen komt voor en is niet schadelijk, tenzij het de ontwikkeling verstoort of remt. Ouders dienen het gedrag dan bij te sturen. Jonge kinderen zullen niet na één keer bijsturen het gewenste gedrag vertonen. De JGZ-professional dient ouders handvatten te geven voor seksuele opvoeding (zie hoofdstuk 3 van de JGZ-richtlijn seksuele ontwikkeling).

Verwijzing bij veelvuldige stimulatie
Veelvuldige stimulatie van de eigen geslachtsdelen kán een aanwijzing zijn voor verwaarlozing of een symptoom van seksueel misbruik. Dit is nooit het enige symptoom, er is altijd samenhang met andere symptomen. De JGZ-professional volgt bij vermoedens van seksueel misbruik of verwaarlozing de JGZ-richtlijn ‘Secundaire Preventie Kindermishandeling’.

ACTIE 3 Seksueel grensoverschrijdend gedrag bijsturen

Jonge kinderen ontwikkelen ook op seksueel gebied en zullen grenzen aftasten. Ouders hoeven zich niet direct zorgen te maken. De JGZ-professional geeft advies over bijsturing van gedrag van een kind, als het niet aan de criteria van het vlaggensysteem voldoet. Ouders kunnen gedrag bijsturen: door het te benoemen, te begrenzen en uit te leggen waarom ze begrenzen (Frans, 2010). Jonge kinderen zullen niet direct na één keer bijsturen het gewenste gedrag vertonen. De JGZ-professional dient ouders handvatten voor seksuele opvoeding te geven (zie hoofdstuk 3).

Verwijzing bij seksuele grensoverschrijding 0 – 6 jaar
De JGZ-professional verwijst door naar een andere vorm van hulpverlening, als er sprake is van de volgende seksuele grensoverschrijding:

  • een ander kind/andere kinderen tijdens seksueel spel herhaaldelijk pijn blijft doen,
  • seksueel expliciete gesprekken voert met anderen met een groot leeftijdsverschil,
  • herhaaldelijk voorwerpen in de anus of vagina steekt,
  • herhaaldelijk oraal contact heeft,
  •  herhaaldelijk pogingen doet tot geslachtsgemeenschap,
  • én niet ontvankelijk is voor bijsturing door ouders.

Verwijzing bij seksuele grensoverschrijding 6 – 12 jaar
De JGZ-professional verwijst door naar een andere vorm van hulpverlening, als er sprake is van de volgende seksuele grensoverschrijding:

  • een ander kind/andere kinderen tijdens seksueel spel herhaaldelijk pijn blijft doen,
  • herhaaldelijk seksueel expliciete gesprekken voert met een groot leeftijdsverschil,
  • herhaaldelijk geslachtsdelen met de mond aanraakt,
  • herhaaldelijk onder (groeps)druk anderen dwingt mee te doen aan seksspelletjes,
  • (poging tot) geslachtsgemeenschap en/ of anaal contact met leeftijdsgenoten/ jongere kinderen,
  • herhaaldelijk seksuele pesterijen,
  • én niet ontvankelijk is voor bijsturing door ouders.

Het gedrag is dan mogelijk een signaal voor onderliggende problematiek (Frans, 2010). In zo’n geval dienen gedragspatronen geobserveerd te worden en moet de betekenis van het gedrag geduid worden. (Frans, 2010). Het is mogelijk dat aan het gedrag andere oorzaken ten grondslag liggen, bijvoorbeeld een gedragsstoornis, problematische gezinssituatie, (seksuele) kindermishandeling of verwaarlozing (Kaeser, 2000).

De JGZ-professional verwijst de jongere door naar: GGZ, orthopedagoog, psycholoog, gedragstherapeut, afhankelijk van de onderliggende problematiek.

Ook verwijst de JGZ-professional door of schakelt de hulp in van een deskundige als het seksuele contact door een volwassene geïnitieerd wordt. Er is dan sprake van seksuele grensoverschrijding (de Graaf, 2004; de Graaf, 2005).

Zie voor signalen van (seksuele) kindermishandeling de 'JGZ-richtlijn ‘Secundaire Preventie Kindermishandeling’.

Download Kaart 2: Actietabel 0 - 12 op de website van het NCJ.