Implementeren van de visie

Voor een daadwerkelijke vertaling van de visie naar de praktijk is het nodig dat er draagvlak is voor de visie, de professionals in de instellingen deze onderschrijven en zij kundig en competent zijn om de visie uit te voeren. Met andere woorden: het is van belang dat de visie goed geïmplementeerd wordt in de instelling.

Uit ervaring met gelijksoortige implementatietrajecten in de langdurige zorg, (zoals de ‘Zorg voor Beter trajecten’) blijkt dat het succes van implementatie voor een belangrijk deel door drie factoren bepaald wordt:

1. De attitude van medewerkers

Er moet een klimaat ontstaan waarin medewerkers zich vrij voelen om met de jongeren over seksualiteit te praten en een positief rolmodel kunnen zijn. Hiervoor zijn gemotiveerde medewerkers nodig die zich gesteund voelen door hun collega’s en het management.

2. De competentie van medewerkers

Medewerkers moeten competent zijn om jongeren ook daadwerkelijk te kunnen ondersteunen in hun seksuele en relationele ontwikkeling is. Veel medewerkers hebben wel een idee van waar seksuele vorming en opvoeding over moet gaan, maar hebben behoefte aan handvatten om het in de praktijk te kunnen brengen. 

3. Sturing door het management

Een effectieve implementatie van de visie staat of valt met sturing, waardoor het werken aan een gezonde seksuele ontwikkeling van de jongeren niet afhankelijk is van één of enkele personen, maar een geïntegreerd onderdeel is van het takenpakket van alle medewerkers.