seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Seksuele oriëntatie

  • Samenvatting

    Vanaf een jaar of 12 worden sommige jongeren zich bewust van hun gevoelens voor seksegenoten. Langzamerhand gaan deze jongeren beseffen dat dit homoseksualiteit genoemd wordt. Pas na een tijdje komt de zekerheid over de eigen homoseksuele oriëntatie. Het duurt dan vaak nog 1 of 2 jaar voordat ze dit ook aan anderen vertellen (de coming-out). Veel homojongeren voelen zich niet geaccepteerd of krijgen te maken met directe vormen van homonegativiteit. Door minderheidsstress zijn zij een kwetsbare groep als het gaat om psychisch welbevinden. Ze hebben bijvoorbeeld vaker depressieve gevoelens en suïcidale gedachten. Coming-out speelt levenslang een rol. In elke nieuwe context moet iemand opnieuw afwegen of hij of zij open wil en kan zijn over de seksuele oriëntatie. Het komt steeds vaker voor dat paren van gelijk geslacht kinderen krijgen en/of hiervoor zorgen. Ze zijn dan vaak wel ouder dan heteroseksuele mannen en vrouwen. Ze denken langer na over het al dan niet krijgen van kinderen en het kost meer tijd om dit te realiseren. De knelpunten voor homoseksuele ouderen zijn hun isolement, onvoldoende sociale participatie en kwetsbare netwerken.

  • Vroege adolescentie (12 tot en met 14 jaar)

    Jongeren die een niet-heteroseksuele oriëntatie ontwikkelen worden zich in deze levensfase vaak wel bewust van hun gevoelens voor seksegenoten. Deze jongeren kunnen te maken krijgen met negatieve opvattingen van leeftijdsgenoten over homoseksualiteit. Homonegativiteit is in deze levensfase hoger dan onder jongeren die ouder zijn.

  • Midden adolescentie (15 tot en met 18 jaar)

    Jongeren die zich aangetrokken voelen tot personen van hetzelfde geslacht gaan langzamerhand beseffen dat dit homoseksualiteit genoemd wordt. Pas na een tijdje komt de zekerheid over de eigen homoseksuele oriëntatie. Het duurt dan vaak nog 1 of 2 jaar voordat ze dit ook aan anderen vertellen (de coming-out). In deze levensfase voelen veel homojongeren zich niet helemaal geaccepteerd of krijgen zij te maken met directe vormen van homonegativiteit. Door minderheidsstress zijn zij een kwetsbare groep als het gaat om psychisch welbevinden. Ze hebben bijvoorbeeld vaker depressieve gevoelens en suïcidale gedachten.

  • Late adolescentie (19 tot en met 24 jaar)

    Gemiddeld vindt de coming-out vóór deze levensfase plaats. Toch heeft een groot deel van de homo- en biseksuele jongens en meisjes de coming-out na het 19e jaar. Coming-out speelt daarnaast levenslang een rol. In elke nieuwe context moet iemand opnieuw afwegen of hij of zij wel of niet open wil en kan zijn over de seksuele oriëntatie. Op de werkvloer bijvoorbeeld, nu veel jongeren voor het eerst gaan werken. Veel homoseksuele jongens en meisjes krijgen op hun werk te maken met vervelende opmerkingen en grapjes over hun seksuele oriëntatie. Dit gebeurt vooral als ergens veel mannen werken.

  • Volwassenheid (25 tot en met 39 jaar)

    Het komt steeds vaker voor dat paren van gelijk geslacht kinderen krijgen en/of hiervoor zorgen. Om biologische redenen is het vooral voor homoseksuele mannen ingewikkeld om kinderen te krijgen. Vrouwen kunnen een zaaddonor zoeken bij een spermabank of in hun omgeving, mannen gaan vaak een co-ouderschap met een alleenstaande moeder of lesbisch stel aan. Beide kunnen ook kinderen hebben uit een eerdere heteroseksuele relatie. Homoseksuele mannen en vrouwen zijn over het algemeen ouder als ze kinderen krijgen dan heteroseksuele mannen en vrouwen. Ze denken langer na over het al dan niet krijgen van kinderen en het kost meer tijd om dit te realiseren.

  • Derde levensfase (55 tot en met 74 jaar)

    De positie van homoseksuele ouderen lijkt in veel opzichten op die van heteroseksuele ouderen. De meeste van hen hebben een goede gezondheid, een toereikend inkomen, adequate huisvesting, ze kijken met instemming terug op het leven en ervaren weinig problemen. De knelpunten voor homoseksuele ouderen zijn hun isolement, onvoldoende sociale participatie en kwetsbare netwerken. Eenzaamheid en depressiviteit komen onder homoseksuele ouderen vaker voor dan onder heteroseksuele ouderen. Homoseksuele ouderen hebben vaker dan jongeren generatiegenoten met een negatieve houding ten aanzien van homoseksuelen. Dit kan vooral problemen geven als ouderen dichtbij elkaar wonen, zoals in een verzorgingshuis.