seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Reproductieve gezondheid

  • Samenvatting

    Jonge starters tussen 12-14 jaar beschermen zichzelf minder goed tegen zwangerschap dan jongeren die later starten met geslachtsgemeenschap. Tussen de 15 en 18 jaar gebruikt het overgrote deel van de jongeren anticonceptie als ze geslachtsgemeenschap hebben. De pil wordt veruit het meest gebruikt. Het Nederlandse geboortecijfer onder tieners behoort tot de laagste ter wereld. Een zwangerschap is op deze leeftijd vrijwel altijd ongepland. Tienermoeders hebben een verhoogde kans op vroeggeboorte en perinatale sterfte. Het abortuscijfer is onder laat-adolescenten het hoogst. Dat komt door de hoge mate van seksuele activiteit en de lage kinderwens. In de groep van 25-39 jaar is het anticonceptiegebruik lager, omdat 15% van de vrouwen zwanger is of wil worden. De pil wordt nog steeds het meest gebruikt, maar vanaf 35 jaar ook steeds vaker spiraal, condoom of sterilisatie (vooral van de man). Bij een onbedoelde zwangerschap kiezen vrouwen nu minder vaak voor een abortus. In 2009 was de vader gemiddeld 32,4 jaar en de moeder gemiddeld 29,4 jaar bij de geboorte van het eerste kind. Vanaf 30 jaar duurt het langer om zwanger te worden en daalt de kans dat het lukt aanzienlijk. Na het 40e jaar neemt anticonceptiegebruik onder vrouwen snel af door de lagere vruchtbaarheid. In de menopauze houdt de vruchtbaarheid helemaal op.

  • Vroege adolescentie (12 tot en met 14 jaar)

    Slechts een klein deel (7%) van de jongeren van 12 tot en met 14 jaar heeft ervaring met geslachtsgemeenschap. Deze groep ‘jonge starters’ beschermt zichzelf minder goed tegen zwangerschap dan jongeren die later starten. Wanneer de eerste geslachtsgemeenschap op 13-jarige leeftijd of eerder plaatsvindt, gebruikt 31% van de jongens en 15% van de meisjes hierbij geen anticonceptie. Vooral pilgebruik is laag onder jonge starters. Doordat de groep die seksueel actief is heel klein is, komt ongewenste zwangerschap op deze leeftijd echter maar zelden voor.

  • Midden adolescentie (15 tot en met 18 jaar)

    In deze levensfase gebruikt het overgrote deel van de jongeren anticonceptie als ze geslachtsgemeenschap hebben. De pil wordt veruit het meest gebruikt. Het Nederlandse geboortecijfer onder tieners behoort tot de laagste ter wereld. Een zwangerschap is op deze leeftijd vrijwel altijd ongepland. Tienermoeders hebben een verhoogde kans op vroeggeboorte en perinatale sterfte. Vooral wanneer de zwangerschap binnen 4 jaar na de menarche plaatsvindt is de kans op complicaties groter. Kunstverlossingen lijken wel minder vaak voor te komen onder tienermoeders dan onder moeders die ouder zijn. Denk aan een bevalling met behulp van een verlostang of vacuümpomp.

  • Late adolescentie (19 tot en met 24 jaar)

    De meeste laat-adolescenten willen (nog) geen kinderen. Driekwart van de meisjes gebruikt anticonceptie, meestal de pil. Het abortuscijfer onder meisjes is in deze levensfase het hoogst. Dat komt door de hoge mate van seksuele activiteit en de lage kinderwens. De piek ligt rond 21 jaar. Meisjes uit deze leeftijdsgroep melden zich net als zwangere tieners later aan bij prenatale zorg. Ook gebruiken ze minder vaak foliumzuur, roken ze vaker tijdens en na de zwangerschap en geven ze minder vaak borstvoeding dan moeders van 25 jaar en ouder. De kans op zuigelingensterfte is bij kinderen van jonge twintigers iets lager dan bij tienermoeders, maar nog wel hoger dan bij moeders van 25 jaar en ouder.

  • Volwassenheid (25 tot en met 39 jaar)

    In deze levensfase is het anticonceptiegebruik lager, omdat 15% van de vrouwen zwanger is of wil worden. De pil wordt nog steeds het meest gebruikt, maar vanaf 35 jaar ook steeds vaker spiraal, condoom of sterilisatie (vooral van de man). Bij een onbedoelde zwangerschap kiezen vrouwen nu minder vaak voor een abortus. In 2009 was de vader gemiddeld 32,4 jaar en de moeder gemiddeld 29,4 jaar bij de geboorte van het eerste kind. Vanaf 30 jaar duurt het langer om zwanger te worden en daalt de kans dat het lukt aanzienlijk. Ook is de kans op een meerling groter wanneer de vrouw ouder is. Van de vrouwen die voor de eerste keer zwanger willen worden zoekt 20% medische hulp en ondergaat 10% een behandeling.

  • Midlife (40 tot en met 54 jaar)

    Bij vrouwen neemt de vruchtbaarheid in deze levensfase af en houdt uiteindelijk helemaal op. Sommige vrouwen hebben hier moeite mee, zij voelen zich minder vrouwelijk en aantrekkelijk. Anderen vinden het vooral fijn dat ze niet meer ongesteld worden en zich niet meer druk hoeven te maken over anticonceptie. Na het 40e jaar neemt anticonceptiegebruik onder vrouwen snel af. Het percentage vrouwen dat boven de 40 jaar nog een kind krijgt is gestaag toegenomen sinds de jaren 80. Dat brengt wel meer risico's met zich mee. De kans op een miskraam is dan 50%. Ook de kans op een meerling, vroeggeboorte, kunstverlossing of aangeboren afwijking neemt toe.