seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv

  • Samenvatting

    Jongeren van 15-18 lopen een verhoogd risico op een soa. Het condoomgebruik is wel hoog, maar seksueel actieve jongeren hebben meer wisselende partners dan volwassenen. Ook jongeren van 19 tot 24 jaar zijn een risicogroep, omdat ze minder vaak condooms gebruiken dan jongere adolescenten. Van alle heterojongeren die zich in 2010 lieten testen bleek 16% van de meisjes en 13% van de jongens een soa te hebben. In de groep mensen tussen 25-39 is de laatste sekspartner vaker iemand met wie men een vaste relatie heeft. Mensen die na een langdurige relatie een nieuwe relatie aangaan, realiseren zich vaak niet dat ze weer risico lopen op een soa of hiv. Ook ouderen moeten niet vergeten worden. Een groot deel van hen is seksueel actief en zij zijn vaak niet opgegroeid met de boodschap dat veilig vrijen belangrijk is. Bovendien hoeven zij geen condoom meer te gebruiken ter preventie van zwangerschap. Het aandeel ouderen onder hiv-geïnfecteerden neemt gestaag toe. Dat komt door een toegenomen levensverwachting voor mensen met hiv en doordat nieuwe hiv-infecties op steeds latere leeftijd gediagnosticeerd worden.

  • Midden adolescentie (15 tot en met 18 jaar)

    Voorafgaand aan seks met een nieuwe partner praat een meerderheid van de 15- tot en met 18-jarigen niet over condooms. Toch is het condoomgebruik in deze levensfase hoog. Ondanks dat lopen jongeren in deze levensfase wel een verhoogd risico op een soa. Dit komt met name doordat seksueel actieve jongeren meer wisselende partners hebben dan volwassenen.

  • Late adolescentie (19 tot en met 24 jaar)

    Vergeleken met andere leeftijdsfases is de groep die geen vaste relatie had met de laatste sekspartner in deze levensfase het grootst. Jongeren van 19 tot 24 jaar gebruiken minder vaak condooms dan jongere adolescenten. De meest gebruikte strategie op deze leeftijd is om aan het begin van een nieuwe relatie condooms te gebruiken en hier na verloop van tijd weer mee te stoppen. In deze levensfase vindt een piek plaats wat betreft soa-consulten. Van alle heterojongeren die zich in 2010 lieten testen bleek 16% van de meisjes en 13% van de jongens een soa te hebben. De meest voorkomende soa's zijn chlamydia, genitale wratten en gonorroe. Homojongens lopen een groter risico op gonorroe, syfilis en hiv dan heterojongeren van dezelfde leeftijd.

  • Volwassenheid (25 tot en met 39 jaar)

    Vergeleken met de voorgaande levensfase is de laatste sekspartner nu vaker iemand met wie men een vaste relatie heeft. 1 op de 6 mannen en 1 op de 10 vrouwen had geen relatie met de laatste sekspartner. Hierbij gebruikte bijna de helft geen condoom, vrouwen vaker niet dan mannen. 1 op de 8 mannen en 1 op de 7 vrouwen uit deze leeftijdsgroep liet zich het afgelopen jaar testen op soa of hiv. In het eerste trimester van een zwangerschap worden vrouwen standaard gescreend op een aantal infectieziekten: syfilis, hepatitis B en hiv. In 2009 werd bij 0,05% van de onderzochte zwangere vrouwen hiv geconstateerd, 0,36% testte positief op hepatitis B en 0,20% op syfilis.

  • Midlife (40 tot en met 54 jaar)

    Mensen die na een langdurige relatie een nieuwe relatie aangaan, realiseren zich vaak niet dat ze weer risico lopen op een soa of hiv. In hun vorige relatie was veilig vrijen alleen nodig om niet zwanger te worden. Na het beëindigen van hun relatie passen mensen hun beschermingsgedrag niet direct aan de nieuwe situatie aan. Ze zijn het min of meer ontwend om over condooms te onderhandelen met een nieuwe partner en deze te gebruiken.

  • Derde levensfase (55 tot en met 74 jaar)

    Ouderen moeten niet vergeten worden wanneer het gaat over soa's en hiv. Een groot deel van hen is seksueel actief en zij zijn vaak niet opgegroeid met de boodschap dat veilig vrijen belangrijk is. Bovendien hoeven zij geen condoom meer te gebruiken ter preventie van zwangerschap. Qua condoomgebruik verschillen zij niet significant van de jongere groepen. 55-plussers laten zich wel minder vaak testen op soa's en hiv. Onder mensen die zich laten testen is het percentage met een positieve uitslag in deze leeftijdsgroep het kleinst. Het aandeel ouderen onder hiv-geïnfecteerden neemt gestaag toe. Dat komt door een toegenomen levensverwachting voor mensen met hiv en doordat nieuwe hiv-infecties op steeds latere leeftijd gediagnosticeerd worden.