seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Interesse en verlangens

  • Samenvatting

    Vanaf 13 maanden tonen kinderen interesse in geslachtsdelen. Vanaf een jaar of 2 gaan ze vragen stellen over aan seksualiteit gerelateerde onderwerpen. Bijvoorbeeld over verschillen tussen jongens en meisjes, zwangerschap en geboorte. Vanaf een jaar of 10 neemt de interesse in seksualiteit toe. Tussen 11 en 13 jaar kunnen kinderen seksuele fantasieën krijgen. Gemiddeld hebben jongens de eerste gevoelens van seksuele opwinding als ze 13,4 jaar zijn. Voor meisjes is dit bijna twee jaar later, met 15,1 jaar. Rond het 21e jaar is bijna iedereen wel eens seksueel opgewonden geweest. Ook hebben bijna alle mensen op deze leeftijd wel eens zin in seks met een partner. In langdurige relaties kan de seks (steeds) beter worden, maar de zin in seks kan ook geleidelijk afnemen. Bij een zwangerschap neemt de behoefte aan geslachtsgemeenschap bij vrouwen vooral in het eerste en laatste trimester af, bij mannen gaat dit geleidelijker. Zowel bij mannen als bij vrouwen neemt het seksueel verlangen af als ze ouder worden.

  • Kindertijd (6 tot en met 11 jaar)

    In deze leeftijdsfase gaan kinderen steeds meer vragen stellen over seksualiteit. Vanaf 7 jaar gaan ze begrijpen dat geslachtsdelen ook een seksuele functie hebben. De meerderheid van de 7- en 8-jarigen weet dat je geslachtsgemeenschap moet hebben om zwanger te worden. Vanaf 9 jaar weten kinderen vaak wel dat je ook om andere redenen seks kunt hebben. De meesten weten ook dat je verkering kunt hebben met iemand van hetzelfde geslacht. Vanaf een jaar of 10 neemt de interesse in seksualiteit toe. Maar niet alle kinderen zijn er evenveel mee bezig. Op deze leeftijd komen sommige kinderen ook (per ongeluk of expres) in contact met pornografische beelden. Tussen 11 en 13 jaar kunnen kinderen seksuele fantasieën krijgen.

  • Vroege adolescentie (12 tot en met 14 jaar)

    In deze levensfase fantaseren de meeste jongeren wel eens over seks. Meestal gaan deze fantasieën over personen van het andere geslacht. Bij ongeveer 1 op de 20 jongens en 1 op de 8 meisjes gaan ze ook over personen van hetzelfde geslacht. Gemiddeld hebben jongens de eerste gevoelens van seksuele opwinding als ze 13,4 jaar zijn. Voor meisjes is dit bijna twee jaar later, met 15,1 jaar. De meeste vroeg-adolescenten zijn naar eigen zeggen nog niet aan seks toe. Dat geldt voor meisjes wel iets vaker dan voor jongens.

  • Late adolescentie (19 tot en met 24 jaar)

    In deze levensfase zegt nog maar een heel kleine groep nog niet aan seks toe te zijn. De meeste jongeren geven aan dat seks voor hen belangrijk is. Rond het 21e jaar is bijna iedereen wel eens seksueel opgewonden geweest. Ook hebben bijna alle mensen op deze leeftijd wel eens zin in seks met een partner. De helft van de jongens en een kwart van de meisjes zegt dat ze veel behoefte hebben aan seksueel contact. Hierop scoren ze significant hoger dan mannen en vrouwen in andere levensfasen. Sommige mensen hebben ‘afwijkende’ behoeften of verlangens (parafilieën). Sadomasochistische verlangens en gedragingen komen daarvan het meeste voor.

  • Volwassenheid (25 tot en met 39 jaar)

    In langdurige relaties kan de seks (steeds) beter worden, omdat de kennis over elkaar, de intimiteit en het vertrouwen groeien. Maar de zin in seks kan ook geleidelijk afnemen. Bijvoorbeeld omdat de spanning van het elkaar ontdekken en veroveren verdwenen is. Gemiddeld neemt seksueel verlangen binnen langdurige relaties sterker af bij vrouwen dan bij mannen. Wanneer mensen gedurende langere tijd zwanger proberen te worden, kan dit een negatief effect hebben op het seksueel verlangen. Bij een zwangerschap neemt de behoefte aan geslachtsgemeenschap bij vrouwen vooral in het eerste en laatste trimester af. Bij mannen neemt de behoefte geleidelijk af. Na de bevalling neemt de behoefte aan seks weer toe, maar blijft vaak minder dan voor de zwangerschap.