seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Genderdysforie

  • Samenvatting

    Genderdysforie is een sterk gevoel van onbehagen over het eigen biologische geslacht. Jaarlijks komen ongeveer 40 kinderen tussen 4 en 12 jaar naar het centrum voor genderdysforie. Bij de meeste van deze kinderen verdwijnt de onvrede voor het begin van de puberteit. Als deze gevoelens wel blijvend zijn, kunnen kinderen puberteitsremmers krijgen. Vanaf 16 jaar kunnen geslachtshormonen worden toegediend. Een geslachtsaanpassende operatie is wettelijk toegestaan vanaf 18 jaar. Niet iedereen die onvrede voelt met het geboortegeslacht kiest hiervoor. Er zijn ook mensen die voor een gedeeltelijke geslachtsaanpassing kiezen, of helemaal afzien van een medische ingreep. Een geslachtsaanpassende behandeling kan veel impact hebben op het seksueel functioneren en welzijn. Sommige transseksuelen geven aan dat ze pas na hun transitie seksualiteit echt gingen ontdekken. Ook op latere leeftijd kunnen mensen nog genderdysfore gevoelens ontwikkelen of ontdekken. Het komt dan vaker voor dat mensen deze gevoelens verborgen houden. Sommigen stellen geslachtsaanpassing uit tot ze kinderen hebben grootgebracht. Dat zijn vooral biologische mannen die op vrouwen vallen.

  • Conceptie t/m 5 jaar

    Niet alle kinderen gaan zich op deze leeftijd steeds meer volgens de eigen sekserol gedragen. Sommige gedragen zich juist steeds meer gender atypisch. Bijvoorbeeld in voorkeur voor kleding, spel of vrienden. Wanneer een kind een sterk gevoel van onbehagen heeft over het eigen biologische geslacht, spreekt men van genderdysforie. Deze kinderen geven soms zelf aan dat ze zich niet als het geboortegeslacht voelen of dat ze liever van het andere geslacht willen zijn.

  • Kindertijd (6 tot en met 11 jaar)

    Jaarlijks komen ongeveer 40 kinderen tussen 4 en 12 jaar naar het centrum voor genderdysforie. Dit zijn 3 keer zoveel jongens als meisjes. Bij de meeste genderdysfore kinderen verdwijnt de onvrede over het biologische geslacht voor het begin van de puberteit. Het advies is daarom om het wisselen van geslachtsrol zo mogelijk uit te stellen tot duidelijk is of de genderdysforie blijvend is. Denk daarbij aan het veranderen van de naam of het dragen van kleding van de andere sekse. Bij blijvend genderdysfore kinderen neemt de onvrede met het eigen lichaam in deze leeftijdsfase juist toe door de (geanticipeerde) lichamelijke veranderingen van de puberteit.

  • Vroege adolescentie (12 tot en met 14 jaar)

    Bij veel jongeren verdwijnen de gevoelens van onvrede met het eigen biologische geslacht als ze naar de middelbare school gaan. Voor een kleine groep blijven deze gevoelens wel bestaan. Sommige jongeren ervaren nu voor het eerst onvrede met het eigen geslacht. Op deze leeftijd zijn er ongeveer even veel jongens als meisjes met genderdysfore gevoelens. Zodra ze in de puberteit komen, kunnen ze puberteitsremmers krijgen. Deze remmen de ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken. De jongere en zijn of haar ouders hebben dan meer tijd om te kijken hoe de genderidentiteit verder ontwikkelt. Ook zal een eventuele geslachtsaanpassing hierdoor later soepeler verlopen.

  • Midden adolescentie (15 tot en met 18 jaar)

    Onvrede met het biologische geslacht is op deze leeftijd vaak blijvend. Vanaf 16 jaar kunnen geslachtshormonen worden toegediend: oestrogenen of testosteron. In tegenstelling tot bij puberteitsremmers zijn de gevolgen hiervan niet zonder meer omkeerbaar. Niet alle genderdysfore jongeren durven op deze leeftijd al voor hun gevoelens uit te komen. Ook krijgt niet iedereen toestemming van de ouders om met de behandeling te beginnen. Voor transgender jongeren kunnen seksuele contacten ongemakkelijk zijn. Voor jongeren die op deze leeftijd in transitie gaan, kan het gemakkelijker zijn om gaandeweg van seks te gaan genieten. Dit omdat hun genderrol en lichaam meer bij hun gevoel gaan passen.

  • Late adolescentie (19 tot en met 24 jaar)

    Vanaf 18 jaar is een geslachtsaanpassende operatie wettelijk toegestaan. Niet iedereen die onvrede voelt met het geboortegeslacht kiest hiervoor. Er zijn ook mensen die voor een gedeeltelijke geslachtsaanpassing kiezen, bijvoorbeeld wel voor hormonen, maar niet voor een operatie. Sommige mensen met genderdysforie zien helemaal af van een medische ingreep. Een geslachtsaanpassende behandeling kan veel impact hebben op het seksueel functioneren en welzijn. In een kwalitatieve verkenning gaven verschillende transseksuelen aan dat ze seksualiteit pas echt gingen (her)ontdekken na hun transitie. Daarnaast zijn de anatomie en werking van de geslachtsdelen van transseksuelen anders dan van een vagina of penis die men bij de geboorte heeft gekregen.

  • Volwassenheid (25 tot en met 39 jaar)

    Ook op latere leeftijd kunnen mensen nog gevoelens van onvrede met het geboortegeslacht ontwikkelen of ontdekken. Vooral mannen met een heteroseksuele oriëntatie ondergaan soms een geslachtsaanpassende operatie als ze halverwege de dertig zijn, of later. Deze mannen hebben dan vaak al jaren met hun gevoelens van genderdysforie geworsteld. Zij hebben ook veel langer geprobeerd in de genderrol te leven die past bij het geboortegeslacht. De tevredenheid over een geslachtsaanpassende behandeling op latere leeftijd is even groot als bij een operatie op jongere leeftijd. Post-operatieve tevredenheid en spijt hangt vooral af van het fysieke resultaat van de operatie.

  • Midlife (40 tot en met 54 jaar)

    In deze leeftijdsgroep komt het vaker voor dat mensen gevoelens van onvrede met het biologische geslacht verborgen houden. Soms lukt het redelijk om het geboortegeslacht te accepteren. Dat geldt vooral wanneer bijkomende psychische problemen succesvol behandeld zijn, iemands geloofsovertuiging onverenigbaar is met een geslachtsaanpassende behandeling, het uiterlijk het lastig maakt om door te gaan voor het gewenste geslacht of iemand bang is belangrijke personen kwijt te raken. Sommige mensen met genderdysfore gevoelens stellen geslachtsaanpassing uit tot ze kinderen hebben grootgebracht. Dat zijn vooral biologische mannen die op vrouwen vallen.