seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Vroege adolescentie (12 tot en met 14 jaar)

  • Samenvatting

    Tussen de 12 en 14 jaar komen jongeren echt in de puberteit. Ze gaan zich steeds meer losmaken van hun ouders. Tegelijkertijd wordt de mening van de vriendengroep steeds belangrijker. De interesse in seks neemt toe: jongeren gaan fantaseren, ervaren gevoelens van seksuele opwinding en gaan masturberen. Dat laatste geldt vooral voor jongens. Die zoeken ook vaker seksueel getint beeldmateriaal op, vooral op internet. Vrijwel alle jongeren van deze leeftijd zijn wel eens verliefd geweest. Een deel van hen heeft ook verkering (gehad). Binnen deze relaties beperkt seksueel gedrag zich nog vooral tot zoenen en eventueel voelen en strelen.

  • Biopsychosociale context

    Het lichaam verandert enorm in de puberteit. Jongens en meisjes krijgen schaamhaar en okselhaar, jongens ook borst- en gezichtshaar. Borsten, schaamlippen, clitoris, testis en penis groeien. Bij jongens vindt de eerste ejaculatie plaats, door masturbatie of tijdens de slaap. Meisjes worden gemiddeld met 13,1 jaar voor het eerst ongesteld. Jongeren krijgen meer behoefte aan autonomie en ouders verwachten dat ze meer zelf doen. Dat levert ook conflicten op. Vroeg-adolescenten zijn erg gevoelig voor afwijzing en kritiek. Dat maakt hen ook kwetsbaar voor druk vanuit de vriendengroep. Vrijwel alle 12- tot 14-jarigen zijn online en de meesten hebben een eigen profiel op een sociale netwerksite.

  • Lichaamsbeeld

    De toename van lichaamsvet zorgt bij meisjes voor stijgende ontevredenheid met het lichaam. Jongens groeien in de puberteit juist toe naar het schoonheidsideaal. Na soms een korte dip rond het begin van de puberteit, worden zij daarom tevredener over hun lichaam. De mate waarin jongeren ontevreden zijn over hun lichaam heeft niet zoveel te maken met of ze echt te dik of te dun zijn. Jongeren kunnen zich ook zorgen maken over het uiterlijk van hun geslachtsdelen. Bijvoorbeeld of de penis wel groot genoeg is en of de schaamlippen juist niet te groot zijn.

  • Genderidentiteit en genderrol

    Jongeren zijn cognitief prima in staat om te begrijpen dat een jongen die zich ‘meisjesachtig’ gedraagt wel een jongen is. Toch neemt in deze levensfase de sociale druk om aan genderspecifieke normen te voldoen toe. Deze normen worden ook steeds meer op seksuele relaties toegepast. Meisjes horen zich afwachtend op te stellen en waar nodig grenzen aan te geven. Van jongens wordt juist verwacht dat ze altijd zin hebben en het initiatief nemen tot seksuele contacten. Deze verwachtingen belemmeren zowel jongens en meisjes in het maken van vrije keuzes. Voor jongens is het lastiger om grenzen aan te geven. Meisjes zijn zich vaak juist nauwelijks bewust van de eigen wensen.

  • Genderdysforie

    Bij veel jongeren verdwijnen de gevoelens van onvrede met het eigen biologische geslacht als ze naar de middelbare school gaan. Voor een kleine groep blijven deze gevoelens wel bestaan. Sommige jongeren ervaren nu voor het eerst onvrede met het eigen geslacht. Op deze leeftijd zijn er ongeveer even veel jongens als meisjes met genderdysfore gevoelens. Zodra ze in de puberteit komen, kunnen ze puberteitsremmers krijgen. Deze remmen de ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken. De jongere en zijn of haar ouders hebben dan meer tijd om te kijken hoe de genderidentiteit verder ontwikkelt. Ook zal een eventuele geslachtsaanpassing hierdoor later soepeler verlopen.

  • Verliefdheid en (seksuele) relaties

    De meeste vroeg-adolescenten zijn wel eens verliefd geweest en ruim twee derde heeft ook wel eens verkering gehad. Dergelijke relaties zijn op deze leeftijd over het algemeen oppervlakkig. Het maakt nog niet zo heel veel uit met wie men verkering heeft. Partnerkeuze baseert men bijvoorbeeld vooral op het feit of iemand populair of knap is. Ook onderneemt een stel nog niet veel samen, maar wel iets meer dan op de basisschool.

  • Seksuele oriëntatie

    Jongeren die een niet-heteroseksuele oriëntatie ontwikkelen worden zich in deze levensfase vaak wel bewust van hun gevoelens voor seksegenoten. Deze jongeren kunnen te maken krijgen met negatieve opvattingen van leeftijdsgenoten over homoseksualiteit. Homonegativiteit is in deze levensfase hoger dan onder jongeren die ouder zijn.

  • Interesse en verlangens

    In deze levensfase fantaseren de meeste jongeren wel eens over seks. Meestal gaan deze fantasieën over personen van het andere geslacht. Bij ongeveer 1 op de 20 jongens en 1 op de 8 meisjes gaan ze ook over personen van hetzelfde geslacht. Gemiddeld hebben jongens de eerste gevoelens van seksuele opwinding als ze 13,4 jaar zijn. Voor meisjes is dit bijna twee jaar later, met 15,1 jaar. De meeste vroeg-adolescenten zijn naar eigen zeggen nog niet aan seks toe. Dat geldt voor meisjes wel iets vaker dan voor jongens.

  • Seksueel gedrag

    Net als in andere levensfasen masturberen meer jongens dan meisjes. Van de 12- en 13-jarige jongens heeft 34% wel eens gemasturbeerd, tegenover 16% van de meisjes. Seksueel gedrag met anderen beperkt zich meestal nog tot (tong)zoenen en voelen en strelen onder de kleren. Slechts een klein deel (7%) van de vroeg-adolescenten heeft ervaring met geslachtsgemeenschap. Voor een klein deel van de vroeg-adolescenten spelen seksuele contacten zich (ook) op internet af. Vooral jongens komen in deze levensfase in contact met pornografische beelden. Jongeren die vaker naar online porno kijken zijn minder tevreden over hun seksleven, zien vrouwen vaker als lustobject en staan positiever tegenover seks buiten een relatie.

  • Opvattingen en gevoelens

    De meeste vroeg-adolescenten vinden zichzelf nog te jong voor geslachtsgemeenschap, hebben er geen behoefte aan of willen eerst een tijdje verkering hebben of verliefd zijn. Vergeleken met oudere groepen zijn vroeg-adolescenten weinig permissief in hun opvattingen. Driekwart van de jongens en 87% van de meisjes keurt seks zonder verliefd te zijn af. Vroeg-adolescenten staan nog behoorlijk negatief tegenover seks. 10% van de jongens en 15% van de meisjes voelt zich schuldig als ze (zouden) masturberen en 9% van de jongens en 17% van de meisjes van deze leeftijd vindt seks eigenlijk vies. Bijna 1 op de 3 jongens en 1 op de 10 meisjes geven aan van alles uit te willen proberen op het gebied van seks.

  • Reproductieve gezondheid

    Slechts een klein deel (7%) van de jongeren van 12 tot en met 14 jaar heeft ervaring met geslachtsgemeenschap. Deze groep ‘jonge starters’ beschermt zichzelf minder goed tegen zwangerschap dan jongeren die later starten. Wanneer de eerste geslachtsgemeenschap op 13-jarige leeftijd of eerder plaatsvindt, gebruikt 31% van de jongens en 15% van de meisjes hierbij geen anticonceptie. Vooral pilgebruik is laag onder jonge starters. Doordat de groep die seksueel actief is heel klein is, komt ongewenste zwangerschap op deze leeftijd echter maar zelden voor.

  • Seksueel geweld

    3,7% van de jongens en 6,7% van de meisjes van 12 tot 14 jaar is wel eens gedwongen tot seksuele handelingen. Jongeren die voor hun 14e geslachtsgemeenschap hebben, worden hier ruim 2 keer zo vaak toe overgehaald of gedwongen dan oudere jongeren. Jongens tot 13 jaar zeggen relatief vaak dat ze het doen omdat iedereen het doet. Vroeg-adolescenten voelen zich bij het vrijen vaker slecht op hun gemak, ze laten minder vaak merken wat ze fijn vinden en vragen minder vaak aan de partner wat hij of zij lekker vindt. Ook op internet vormen 12- tot 14-jarigen – vooral meisjes - een kwetsbare groep.

  • Seksuele problemen

    De meeste jongeren zijn op deze leeftijd nog niet seksueel actief. Daardoor is er nauwelijks iets bekend over seksuele problemen in deze levensfase. Wel lijkt de kans op beschadiging van de vagina en pijn bij geslachtsgemeenschap groter wanneer geslachtsgemeenschap voor of binnen enkele jaren na de menarche plaatsvindt. Dit valt op grond van de omvang, elasticiteit en lubricatie van de vagina te verwachten.

  • Wetgeving

    Seksuele contacten met jongeren onder de 16 jaar zijn in principe strafbaar. Bij vrijwilligheid, een gering leeftijdsverschil en een affectieve relatie worden ze echter zelden bestraft. Het maken, in bezit hebben en verspreiden van beelden van seksuele gedragingen van jongeren van deze leeftijd is strafbaar. Voor een abortus is toestemming nodig van een van de ouders of wettelijk voogd. Een meisje dat zonder toestemming van een ouder of wettelijk voogd een abortus wil, kan naar de huisarts of contact opnemen met een abortuskliniek. Een speciale hulpverlener zet in een gesprek de voor- en nadelen op een rijtje, bespreekt de mogelijkheden en helpt met het nemen van een beslissing.