De seksuele levensloop

Derde levensfase (55 tot en met 74 jaar)

  • Samenvatting

    Met het ouder worden neemt seksuele activiteit geleidelijk af, maar stopt voor een flinke groep niet. Geslachtsgemeenschap wordt deels wel vervangen door andere vormen van seks, zoals wederzijds masturberen en strelen. Ouderen hebben meer tijd voor elkaar dan mensen met thuiswonende kinderen of met een drukke baan. Anticonceptie is niet meer nodig. Sommige ouderen zeggen dat hun seksleven er alleen maar beter op is geworden. Hun wijsheid, ervaring en de intimiteit die zij hebben opgebouwd met hun partner dragen hieraan bij. De zeventigjarigen van nu zijn seksueel actiever en meer tevreden over hun seksleven dan de generaties voor hen.

  • Biopsychosociale context

    In de derde levensfase zijn mensen doorgaans nog redelijk gezond en maatschappelijk actief. Mensen die nu met pensioen gaan, verkeren in een betere lichamelijke en sociale conditie dan de generaties voor hen. Ze zijn hoger opgeleid en hebben hun zaken ook financieel vaak beter voor elkaar. In deze levensfase krijgen mensen meer tijd voor zichzelf. De kinderen zijn meestal het huis uit en de arbeidsparticipatie loopt terug. De meeste ouderen van 55 tot 75 jaar wonen nog samen met een partner, maar vooral bij vrouwen wordt dat al wel minder. Veel chronische ziekten, zoals kanker en diabetes, doen hun intrede tussen de 55 en 75 jaar. Dit kan een negatief effect hebben op seksueel functioneren en seksueel welzijn.

  • Verliefdheid en (seksuele) relaties

    Vrouwen die in deze levensfase alleen komen te staan, hebben een veel kleinere kans om opnieuw samen te gaan wonen of te trouwen dan mannen. Hoe ouder men is, hoe kleiner de kans op een nieuwe relatie. Van de ongehuwde 50-plussers willen mannen in de toekomst het liefst samenwonen. Vrouwen geven echter de voorkeur aan een latrelatie. Zowel mannen als vrouwen kiezen voor een latrelatie omdat ze hun vrijheid willen behouden. Een kwart van de vrouwen en 1 op de 5 mannen wil geen relatie meer. Een kwart daarvan wil dit niet vanwege slechte ervaringen met vorige relaties. Dat geldt 2 keer zo vaak voor vrouwen als voor mannen.

  • Seksuele oriëntatie

    De positie van homoseksuele ouderen lijkt in veel opzichten op die van heteroseksuele ouderen. De meeste van hen hebben een goede gezondheid, een toereikend inkomen, adequate huisvesting, ze kijken met instemming terug op het leven en ervaren weinig problemen. De knelpunten voor homoseksuele ouderen zijn hun isolement, onvoldoende sociale participatie en kwetsbare netwerken. Eenzaamheid en depressiviteit komen onder homoseksuele ouderen vaker voor dan onder heteroseksuele ouderen. Homoseksuele ouderen hebben vaker dan jongeren generatiegenoten met een negatieve houding ten aanzien van homoseksuelen. Dit kan vooral problemen geven als ouderen dichtbij elkaar wonen, zoals in een verzorgingshuis.

  • Interesse en verlangens

    Seksueel verlangen neemt bij zowel mannen als vrouwen af met leeftijd.   Toch geven bijna alle 55- tot 70-jarige mannen aan dat ze wel eens zin in seks hebben. Ditzelfde geldt voor 81% van de vrouwen tussen de 55 en 64 en voor 73% van de vrouwen tussen de 65 en 70. De meeste Nederlandse 55-plussers vinden seks ook belangrijk. Dat geldt wel veel vaker voor mannen dan voor vrouwen. Ook wordt deze groep boven de 65 jaar iets kleiner. In deze levensfase komen parafiele verlangens minder voor dan in de vorige levensfases.

  • Seksueel gedrag

    Naarmate de leeftijd vordert neemt het aantal seksueel inactieve mensen toe. 87% van de mannen en 69% van de vrouwen tussen de 55 en 64 jaar heeft in het afgelopen half jaar seks  gehad. Onder 65- tot 70-jarigen is dit respectievelijk 82 en 54%. De oorzaak voor het stoppen met seks ligt bij heteroseksuele stellen doorgaans bij de lichamelijke conditie van de man. Na de 55 jaar gaan mensen minder vaak masturberen. Het percentage mannen dat nooit of hooguit een keer per maand masturbeert, neemt toe van 29% onder mannen van 40 tot 55 jaar tot 43% onder mannen van 55 tot 70 jaar. Bij vrouwen neemt dit toe van 54% tot 71%.

  • Opvattingen en gevoelens

    Veel ouderen met een langdurige relatie geven aan dat hun seksleven beter is geworden met het ouder worden. Dit komt mede door hun toegenomen wijsheid en ervaring en door de intimiteit die zij hebben opgebouwd met hun partner. In de derde levensfase wordt intimiteit langzamerhand een belangrijkere motivatie dan lust. 70-jarigen van nu zijn tevredener over hun seksleven en relatie dan de generaties voor hen. Deze ouderen hebben de seksuele revolutie in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw ontketend en meegemaakt. Het is de eerste generatie die opgroeide met de anticonceptiepil en die nu vertrouwd raakt met een pil voor erectieproblemen.

  • Seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv

    Ouderen moeten niet vergeten worden wanneer het gaat over soa's en hiv. Een groot deel van hen is seksueel actief en zij zijn vaak niet opgegroeid met de boodschap dat veilig vrijen belangrijk is. Bovendien hoeven zij geen condoom meer te gebruiken ter preventie van zwangerschap. Qua condoomgebruik verschillen zij niet significant van de jongere groepen. 55-plussers laten zich wel minder vaak testen op soa's en hiv. Onder mensen die zich laten testen is het percentage met een positieve uitslag in deze leeftijdsgroep het kleinst. Het aandeel ouderen onder hiv-geïnfecteerden neemt gestaag toe. Dat komt door een toegenomen levensverwachting voor mensen met hiv en doordat nieuwe hiv-infecties op steeds latere leeftijd gediagnosticeerd worden.

  • Seksuele problemen

    Aan het begin van deze levensfase hebben nog niet veel mannen last van een erectieprobleem. Door de afnemende hoeveelheid vrij testosteron, eventueel in combinatie met een chronische aandoening, neemt de kans op een erectieprobleem of verminderd seksueel verlangen bij mannen wel geleidelijk toe. Bij vrouwen is er door de lagere concentraties oestrogenen soms sprake van vaginale atrofie. Toch hebben vrouwen van 55 jaar en ouder ongeveer even vaak last van een seksueel probleem als vrouwen van 40 tot 55 jaar. Lubricatieproblemen worden door vrouwen in deze levensfase het meest gerapporteerd, meer dan door jongere vrouwen.