seksuele_levensloop

De seksuele levensloop

Late adolescentie (19 tot en met 24 jaar)

  • Samenvatting

    In de leeftijdsgroep van 19 tot en met 24 jaar zijn de meeste jongeren seksueel actief. Relaties gaan langer duren. Maar ze worden ook vaak na kortere of langere tijd beëindigd, waarna weer een nieuwe vaste relatie wordt aangegaan. In deze levensfase gaan jongeren veel uit en het middelengebruik is hoog. De risico's op seksueel gebied kunnen groot zijn. Dit door de relatief hoge mate van seksuele activiteit, gekoppeld aan leefstijl en het in beperkte mate kunnen overzien van risico’s. Soa's, abortussen en ervaringen met grensoverschrijding komen vooral in deze leeftijdsfase voor. Bij meisjes komen ook seksuele problemen, zoals pijn, het meest voor in deze levensfase.

  • Biopsychosociale context

    Op deze leeftijd ontstaat langzamerhand een gevoel van verantwoordelijkheid voor het eigen doen en laten. Aan het eind van deze levensfase is de prefrontale cortex beter ontwikkeld. Hierdoor hebben laat-adolescenten beter zicht op de risico’s van bepaald gedrag. Jongeren zijn in deze levensfase min of meer onafhankelijk van hun ouders en hebben vaak nog maar weinig verantwoordelijkheden. Deze fase staat dan ook in het teken van het ontdekken van verschillende partners en samenlevingsvormen. In deze levensfase beginnen veel mensen ook aan hun eerste echte baan. Laat-adolescenten gaan nog steeds veel uit en het middelengebruik is hoog.

  • Lichaamsbeeld

    Deze leeftijdsgroep is steeds meer tevreden over het eigen lichaam. Onder 19- tot 24-jarigen vindt ruim de helft van de jongens en de meisjes zichzelf aantrekkelijk. Toch bestaan er zorgen over het lichaamsbeeld van meisjes en hun behoefte om hier door middel van cosmetische chirurgie iets aan te laten veranderen. Dit heeft te maken met de toename van schoonheidsidealen in de media en de verhoogde beschikbaarheid van plastische chirurgie. Helaas zijn er voor Nederland geen cijfers beschikbaar die deze zorgen kunnen bevestigen of ontkrachten. Dit komt omdat cosmetische ingrepen hier niet geregistreerd worden. Er kan dus niet met zekerheid gezegd worden of deze zorgen al dan niet terecht zijn.

  • Genderdysforie

    Vanaf 18 jaar is een geslachtsaanpassende operatie wettelijk toegestaan. Niet iedereen die onvrede voelt met het geboortegeslacht kiest hiervoor. Er zijn ook mensen die voor een gedeeltelijke geslachtsaanpassing kiezen, bijvoorbeeld wel voor hormonen, maar niet voor een operatie. Sommige mensen met genderdysforie zien helemaal af van een medische ingreep. Een geslachtsaanpassende behandeling kan veel impact hebben op het seksueel functioneren en welzijn. In een kwalitatieve verkenning gaven verschillende transseksuelen aan dat ze seksualiteit pas echt gingen (her)ontdekken na hun transitie. Daarnaast zijn de anatomie en werking van de geslachtsdelen van transseksuelen anders dan van een vagina of penis die men bij de geboorte heeft gekregen.

  • Verliefdheid en (seksuele) relaties

    Relaties gaan in deze levensfase iets langer duren. Binnen relaties gaan vertrouwen en steun een belangrijkere rol spelen. Toch worden relaties op deze leeftijd ook nog wel vaak na kortere of langere tijd beëindigd, waarna weer een nieuwe vaste relatie wordt aangegaan. Dit patroon noemt men ook wel seriële monogamie.

  • Seksuele oriëntatie

    Gemiddeld vindt de coming-out vóór deze levensfase plaats. Toch heeft een groot deel van de homo- en biseksuele jongens en meisjes de coming-out na het 19e jaar. Coming-out speelt daarnaast levenslang een rol. In elke nieuwe context moet iemand opnieuw afwegen of hij of zij wel of niet open wil en kan zijn over de seksuele oriëntatie. Op de werkvloer bijvoorbeeld, nu veel jongeren voor het eerst gaan werken. Veel homoseksuele jongens en meisjes krijgen op hun werk te maken met vervelende opmerkingen en grapjes over hun seksuele oriëntatie. Dit gebeurt vooral als ergens veel mannen werken.

  • Interesse en verlangens

    In deze levensfase zegt nog maar een heel kleine groep nog niet aan seks toe te zijn. De meeste jongeren geven aan dat seks voor hen belangrijk is. Rond het 21e jaar is bijna iedereen wel eens seksueel opgewonden geweest. Ook hebben bijna alle mensen op deze leeftijd wel eens zin in seks met een partner. De helft van de jongens en een kwart van de meisjes zegt dat ze veel behoefte hebben aan seksueel contact. Hierop scoren ze significant hoger dan mannen en vrouwen in andere levensfasen. Sommige mensen hebben ‘afwijkende’ behoeften of verlangens (parafilieën). Sadomasochistische verlangens en gedragingen komen daarvan het meeste voor.

  • Seksueel gedrag

    In deze leeftijdsgroep masturbeert 85% van de jongens en 66% van de meisjes wel eens. Bij meisjes is dit een relatief kleine groep, vergeleken met vrouwen van 25 tot 55 jaar. 61% van de jongens en 39% van de meisjes keek het afgelopen half jaar wel eens naar porno. Hierin verschillen ze nauwelijks van mensen die ouder zijn. Ruim 1 op de 5 19-jarigen heeft geen ervaring met geslachtsgemeenschap. Onder 24-jarigen is dit nog 1 op de 10. Meisjes hebben in vergelijking met oudere leeftijdsgroepen meer wisselende sekspartners. Deze leeftijdsgroep heeft een gevarieerd gedragsrepertoire. Vingeren, aftrekken en geslachtsgemeenschap komen vrijwel in elk seksueel contact voor. 1 op de 10 jongens en meisjes doen ook regelmatig aan orale seks. Een meerderheid van de homojongens heeft ook anale seks. Onder heterojongeren komt dit minder voor.

  • Opvattingen en gevoelens

    Negatieve gevoelens rondom seks nemen verder af en positieve gevoelens nemen toe. Deze leeftijdsgroep is behoorlijk tevreden over het seksleven. Slechts 2 tot 5% van de jongeren geeft aan dat seks voor hen omgeven is met gevoelens van schuld, schaamte of afkeer. Masturbatie wekt nog steeds de meeste schuldgevoelens op. Naast leeftijd is religie een belangrijke voorspeller van waarden en normen op het gebied van seks. Christelijke en islamitische jongeren rapporteren meer gevoelens van schuld en schaamte. Zij geven ook minder vaak aan dat ze seks belangrijk vinden of van alles uit willen proberen. Bij de jongeren die op deze leeftijd nog maagd zijn, is de meest genoemde reden dat het er gewoon nog niet van gekomen is. Daarnaast wil 24% van de jongens en 35% van de meisjes uit deze groep eerst trouwen voordat ze aan seks beginnen.

  • Reproductieve gezondheid

    De meeste laat-adolescenten willen (nog) geen kinderen. Driekwart van de meisjes gebruikt anticonceptie, meestal de pil. Het abortuscijfer onder meisjes is in deze levensfase het hoogst. Dat komt door de hoge mate van seksuele activiteit en de lage kinderwens. De piek ligt rond 21 jaar. Meisjes uit deze leeftijdsgroep melden zich net als zwangere tieners later aan bij prenatale zorg. Ook gebruiken ze minder vaak foliumzuur, roken ze vaker tijdens en na de zwangerschap en geven ze minder vaak borstvoeding dan moeders van 25 jaar en ouder. De kans op zuigelingensterfte is bij kinderen van jonge twintigers iets lager dan bij tienermoeders, maar nog wel hoger dan bij moeders van 25 jaar en ouder.

  • Seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv

    Vergeleken met andere leeftijdsfases is de groep die geen vaste relatie had met de laatste sekspartner in deze levensfase het grootst. Jongeren van 19 tot 24 jaar gebruiken minder vaak condooms dan jongere adolescenten. De meest gebruikte strategie op deze leeftijd is om aan het begin van een nieuwe relatie condooms te gebruiken en hier na verloop van tijd weer mee te stoppen. In deze levensfase vindt een piek plaats wat betreft soa-consulten. Van alle heterojongeren die zich in 2010 lieten testen bleek 16% van de meisjes en 13% van de jongens een soa te hebben. De meest voorkomende soa's zijn chlamydia, genitale wratten en gonorroe. Homojongens lopen een groter risico op gonorroe, syfilis en hiv dan heterojongeren van dezelfde leeftijd.

  • Seksueel geweld

    De prevalentie van seksueel geweld is nog steeds hoog in deze levensfase. Bij jongens zelfs hoger dan bij jongere jongens. Bij meisjes iets lager dan in de voorgaande leeftijdsgroep, maar nog wel hoger dan onder vrouwen van 25 jaar en ouder. Mogelijk kunnen jongeren in deze leeftijdsfase de risico’s van bepaalde keuzes niet zo goed overzien. Ook levert hun leefstijl  meer risico's op dan bij mensen die ouder zijn. Ze gaan bijvoorbeeld meer uit, drinken veel alcohol en hebben wisselende partners.

  • Seksuele problemen

    Seksuele problemen komen bij jongens relatief weinig voor in deze levensfase. Voortijdig klaarkomen is het meest gerapporteerde probleem. Bij meisjes komen seksuele problemen in deze levensfase juist relatief veel voor. 42% van de meisjes geeft aan ten minste één seksueel probleem te hebben dat regelmatig of vaker voorkomt en waar men last van heeft. Het betreft vooral orgasmeproblemen, lubricatieproblemen en dyspareunie. Meisjes die hoge eisen stellen aan zichzelf hebben een grotere kans op pijnklachten. Seksuele functieproblemen komen bij  jongens en meisjes vaker voor wanneer iemand fysiek seksueel geweld heeft meegemaakt.