arts_gesprek

Omgaan met BDSM

BDSM kan gezien worden als geaardheid of interesse. Door BDSM niet te problematiseren en onderscheid te maken tussen bijzonder gedrag en problematisch gedrag, kunt u de zorg voor cliënten die aan BDSM doen aanzienlijk verbeteren.

Wat is BDSM?

BDSM (sadomasochisme, SM) is een koepelterm voor allerlei gevoelens, gedragingen en relatievormen waarin spelen met macht en lichamelijke sensaties of vrijheidsbeperking een rol spelen. Ongeveer 10% van de bevolking doet aan een vorm van kinky seks en rond de 3% van de bevolking identificeert zich als BDSM’er.

Wat kunt u als zorgprofessional betekenen?

BDSM’ers houden hun bijzondere voorkeur vaak verborgen voor zorgverleners uit angst voor veroordeling en discriminatie. Hierdoor krijgen zij lang niet altijd de hulp die ze nodig hebben. 

Veel van de problemen die BDSM’ers ervaren worden veroorzaakt door het stigma op BDSM. Men vraagt zich bijvoorbeeld af “wat is er mis met mij?” en denkt “dit mag niet”, er ontstaan schaamte of zelfs zelfhaat. Sociale isolatie kan ontstaan wanneer de patiënt geen accepterende sociale cirkel heeft en een meer accepterende vriendengroep nodig heeft.

Een zorgprofessional kan een wereld van verschil maken door niet-veroordelend te reageren en de patiënt gerust te stellen. Daarnaast kan de zorgprofessional verwijzen naar meer informatie.

Goed om te weten:

  • BDSM gebeurt enkel met instemming van alle betrokkenen, dus van zowel de onderdanig als de dominante partner.
  • BDSM kan bestaan uit machtsuitwisseling (dominant/onderdanig), spelen met lichamelijke sensaties (pijn, genot, kou, warmte, kriebelen), vrijheidsbeperking (bondage), fetisjisme (opwinding bij ongebruikelijke prikkels zoals leer of schoenen) en rollenspellen.
  • De meeste BDSM’ers houden ook van niet-SM seks.
  • Bij BDSM is er veel aandacht voor communicatie. Zo gebruiken veel SM’ers een activiteitenlijst om te bespreken welke activiteiten men leuk vindt, wordt er vaak gebruik gemaakt van een stopwoord (bijvoorbeeld “rood”) zodat het duidelijk is wanneer iemand wil stoppen en is er veel aandacht voor emotionele behoeften (zoals nazorg).

Vijf tips voor tijdens het consult:

  1. Schrik niet van bijzondere seksuele voorkeuren, ze zijn geen reden tot zorg. Sommige activiteiten binnen BDSM kunnen heftig klinken, zoals bijvoorbeeld naalden of elektriciteit. Er zijn echter geen aanwijzingen dat deze voorkeuren wijzen op psychologische problemen. Sterker nog: Uit onderzoek blijkt dat BDSM’ers gemiddeld psychisch iets gezonder zijn dan niet-SM’ers.
  2. Maak onderscheid tussen bijzonder gedrag en problematisch gedrag, op dezelfde manier waarop u dat bij ander seksueel gedrag ook doet. Neemt de patiënt buitensporige (lichamelijke) risico’s, is er sprake van instemming bij alle betrokkenen, wordt de patiënt gehinderd in zijn dagelijks functioneren?
  3. Wees u bewust van uw vooroordelen en stereotypen. Zorgprofessionals denken soms ten onrechte dat BDSM’ers impulsiever, agressiever, destructiever of minder in staat tot intimiteit zijn, of vrezen zelfs dat zij hun kinderen mishandelen. Er zijn geen aanwijzingen dat dit onder BDSM’ers meer voorkomt dan gemiddeld.
  4. Vermeld zo mogelijk dat u ‘kink-vriendelijk’ bent (niet veroordelend naar BDSM’ers) om hiermee mensen met een bijzondere voorkeur uit te nodigen erover te praten.
  5. Verwijs door naar een kink-deskundige zorgprofessional wanneer de problemen van de patiënt specifiek over SM gaan.

Meer informatie over BDSM:

Tip voor uw collega's?

Heeft een u een handige tip uit de praktijk? Laat het ons weten en wij zorgen dat uw collega's van uw kennis kunnen meeprofiteren!

Tip sturen