Waar let u op?

Hoe zorgt u dat een gesprek over seksualiteit prettig verloopt? 6 punten om op te letten.

1. Kies het goede moment

Zorg voor een logische aansluiting waardoor seksualiteit als gespreksonderwerp op een natuurlijke wijze in het consult past. Bijvoorbeeld als u vraagt hoe het met de partner en de relatie gaat.

2. Maak het kader duidelijk

Maak duidelijk dat seksualiteit een aspect van gezondheid is dat beïnvloed kan worden door leeftijd of een chronische ziekte, en daarom een onderwerp is dat u als professional ter sprake dient te brengen. Geef aan dat u met uw vakkennis kunt helpen bij het achterhalen van oorzaken en het vinden van oplossingen voor seksuele problemen. Zo maakt u duidelijk dat een gesprek over seksualiteit een doel heeft in de behandelrelatie, en dat u niet zomaar uit nieuwsgierigheid erover begint.

3. Heb respect voor diversiteit

Normen en waarden rond seksualiteit kunnen sterk verschillen, onder andere door verschillen in cultuur, religie of opvoeding. Wees u bewust van uw eigen normen, waarden en opvattingen over seksualiteit en uw eigen socialisatie op dit punt en wat daarin heeft meegespeeld. Wees u ervan bewust dat uw cliënt misschien andere normen heeft dan uzelf en respecteer deze. 
Lees meer over diversiteit

4. Kies duidelijke bewoordingen die passen bij de patiënt

Mensen zijn vaak geneigd om in vage, onduidelijke bewoordingen over seks te praten. Leg aan uw cliënt uit dat duidelijke taal nodig is om mogelijke problemen te begrijpen en op te kunnen lossen. Kies woorden die passen bij uw eigen persoonlijkheid en die van uw cliënt. Dat kan dus per cliënt verschillen. Voor de een is “neuken” duidelijker dan “geslachtsgemeenschap”, maar voor een ander  kan zo’n woord ongepast zijn en kan het de communicatie verstoren. U kunt uw cliënt op zijn of haar gemak stellen door te erkennen dat het niet altijd makkelijk is om over seksualiteit te praten of de juiste woorden te vinden.
Lees meer over juist taalgebruik

5. Erken uw eigen grenzen

Wees duidelijk over uw eigen grenzen. Geef aan dat u niet alle problemen kunt oplossen, maar dat u wel kunt helpen bij het zoeken naar oplossingen. Leg uit welke hulp u kunt bieden en verwijs door wanneer dat nodig is.

6. Benoem expliciet uw beroepsgeheim

Zo kan uw cliënt erop vertrouwen dat u niks doorvertelt.

Waar let u op bij..

► Welke woorden gebruikt u?